Oud-tante Annie en het Apeldoornsche Bosch
7 oktober 2020
Precies vandaag zou mijn oud-tante Annie 100 jaar zijn geworden en vanwege haar geboortedag ben ik naar het Apeldoornsche Bosch gegaan. In de Tweede Wereldoorlog was dat een joodse instelling die onderdak bood aan ruim duizend verstandelijk gehandicapten. Annie werkte er als verpleegster.

Ondanks de oorlog waande iedereen in de instelling zich er relatief veilig. Doordat de bezetter geen enkele interesse toonde in het Apeldoornsche Bosch, en het complex zo prachtig in de bossen was gelegen, werd het zelfs wel ‘Joodse Hemel’ genoemd.

Maar acht maanden na Annies aanstelling moet het complex er toch aan geloven. Januari 1943 wordt het terrein ontruimd: onverwacht, chaotisch en gehaast. 1278 verplegers en patiënten vertrekken in een overvolle trein – direct naar Auschwitz, zo blijkt later. Het is een vreselijk schouwspel: sommige patiënten zijn naakt, of lopen in een dwangbuis. Er wordt gegild en gekrijst. Van dat transport overleeft niemand de oorlog.

Annie zit niet in die trein. Nadat de eerste trein was vertrokken, is zij samen met ongeveer honderd andere personeelsleden vervoerd naar Kamp Westerbork. Daar blijft ze een ruime maand, maar dan moet toch ook zij op transport naar Polen. Ze zit dan in de eerste trein die die andere bestemming had in Polen: Sobibor. Zij overlijdt daar op de dag van aankomst op 5 maart 1943. Ze is dan 22 jaar oud.

Het was mooi om vandaag in Apeldoorn te zijn, ook met mijn vader en zijn vrouw. Het herinneringscentrum was klein, maar indrukwekkend. De komende tijd zal ik beetje bij beetje meer plaatsen over de geschiedenis van Annie. Want ik ontdekte iets wat mij erg aangreep, en daarover ben ik nu een boek aan het maken.