De kist al in huis
Veel mensen steken het liefst hun kop in het zand als het over hun eigen afscheid gaat, anderen bereiden hun uitvaart juist tot in de puntjes voor. Een enkeling pakt het voortvarend aan en haalt alvast een kist in huis. Over die laatste groep gaat deze serie.
artikel gaat verder onder de foto's; klik op een foto voor het verhaal erachter
“Wat doen we? Nemen we hem mee naar binnen of laten we hem hier?” Die vraag stelt presentator Kefah Allush in bijna iedere aflevering van zijn tv-programma De Kist, waarin hij bekende Nederlanders uitnodigt te praten over de dood. Zijn entree bij de gasten is spectaculair: hij komt steevast de straat binnengereden in een knalgele Fiat 500 met daarop hét symbool van de dood: een grenen kist. En altijd ook is er dus die uitnodiging om die kist het huis van de geïnterviewde in te brengen, maar in de praktijk gebeurt dat bijna nooit.

Ongemakkelijk redeneren sommige BN’ers dat het te veel gedoe zou zijn: eerst zo’n kist eraf, dan weer erop, nee joh, dat willen ze de presentator niet aandoen. Zangeres Berget Lewis vindt dat hij pas het huis in mag als het ‘voor het echie’ is, volgens tv-producent Harry de Winter hoort een kist niet binnenshuis en schrijfster Yvonne Keuls weigert de kist zelfs te bekijken, omdat je het onheil niet naar je toe zou moet trekken.

Knutselen

Nee, dan de farao’s. Die ontliepen hun laatste rustplaats niet bepaald. Vanaf het begin van hun ambtsperiode zorgden ze ervoor dat hun graf wat voorstelde. Duizenden arbeiders sleepten, sjouwden en schaafden decennia lang aan de enorme koningsgraven, en zelf kwamen de farao’s geregeld een kijkje nemen om te zien of alles goed ging.

Een moderne variant daarvan vormen misschien wel de Coffin Clubs, een populair, nieuw fenomeen in Nieuw-Zeeland van verenigingen waar mensen hun kist alvast in elkaar kunnen knutselen. Het is een initiatief uit 2010 van palliatief verpleegkundige Katie Williams, ontstaan om sociale contacten te bevorderen, kosten te besparen op de uitvaart en het afscheid te voorzien van een persoonlijker tintje dan het gros van uitvaarten dat ze beroepshalve had bijgewoond. Inmiddels zit de club op verschillende plekken in het land en hebben al tientallen mensen in verenigingsverband hun kist gebouwd, beschilderd en beplakt.

Doodshemd in uitzet

In Nederland is er niet zo’n uitgebreide traditie om je eigen kisten alvast voor te bereiden, maar nog niet zo lang geleden bestond er hier nog wel het gebruik om een wit, katoenen doodskleed op te nemen in de uitzet. Soms werd het zelfs cadeau gegeven bij een huwelijk. Ieder jaar werd het hemd dan zorgvuldig gewassen en gestreken. In de roman Dwalingen van Alex Verburg, beschrijft het jonge meisje Annie hoe haar moeder zich voor de oorlogsjaren bijna dwangmatig bezighield met het schoonhouden van dat hemd: “Het ritueel was zo diep geworteld in haar bestaan, dat een keertje overslaan het ‘gedenk te sterven’ weleens zou kunnen uitdraaien op het sterven zelf.” Een redenering dus die precies tegengesteld is aan die van Yvonne Keuls.

Een organisatie die in het hedendaagse Nederland aanraadt de lijkwade alvast klaar te hebben liggen, is de Stichting Islamitisch Begrafeniswezen. Voorzitter Ibrahim Wijbenga: “Het is goed om je gedachten bij de dood te houden, en op die manier bewuster te leven. De begrafenis moet binnen de islam ook binnen 24 tot 36 uur plaatsvinden, en dan is het praktisch als dat al geregeld is.”

IKEA-pakket

Ook journaliste Marieke Henselmans kan het wel van de daken schreeuwen: “Wees voorbereid.” Want, betoogt ze, zodra we als nabestaande te maken krijgen met een overlijden staan we met 7-0 achter: “Op dat moment zijn we vermoeid, kwetsbaar, is er weinig tijd en we hebben geen idee van wat er kan. Mensen denken dat de uitvaartondernemer er puur is om hen te helpen, want die vertelt wat er allemaal mogelijk is: dat je kunt kiezen uit een witte, zwarte of een zilveren kist, maar als je een commerciële uitvaartondernemer treft die ook nog eens in dienst is van de verzekeraar, dan biedt die vaak alleen de producten en diensten aan die in de catalogus staan en waarvoor hij commissie krijgt.” Hoe meer je zelf de regie neemt, betoogt Henselmans, hoe persoonlijker de uitvaart wordt, wat als bijkomend voordeel heeft dat de kosten nogal eens halveren. Ze schreef er het boek Laat je niet kisten door de commercie over, met daarbij een werkboek waarin mensen alles kunnen invullen: wachtwoorden, orgaandonorschap, de plek van de verzekeringspapieren, de gewenste muziek op de uitvaart, noem het maar op. “Het lastige is dat nabestaanden de uitvaart vaak willen organiseren in de geest van de overledenen, maar bij leven durven ze er niet zo goed naar te informeren uit angst de indruk wekken dat ze niet kunnen wachten tot het zover is.”

Je voetbalcluppie

Dát er veel mogelijk is, is duidelijk. De zogeheten Wet op de Lijkbezorging stelt maar weinig dingen verplicht, en dus is er enorm veel toegestaan. Zo mag je een kist gewoon met een eigen auto of busje bezorgen. Je hoeft een afscheidsdienst niet te organiseren in het crematorium of op de begraafplaats zelf, want je kunt het stoffelijk overschot daar later nabezorgen. En zelfs een houten kist is niet voorgeschreven: de al genoemde lijkwade, een wollen dekentje of een kartonnen doos volstaan in de meeste gevallen ook.

Wie wél een houten kist wil, heeft een ruime keuze. Er zijn extra grote kisten voor dikke mensen, kisten die je als een soort IKEA-pakket zelf in elkaar kunt draaien, kisten waar de nabestaanden hun wensen op kunnen schrijven, kisten waarin je op je zij als een baby’tje kunt liggen, kisten die je kunt ombouwen tot meubelstuk, kisten waar je je eigen foto’s op kunt laten printen, of die van je voetbalcluppie. Niets is te gek.

Bijna zonde om er zelfs de voorpret niet van mee te maken.

----
Deze serie was te zien in uitvaartmuseum Tot Zover en is in twee delen gepubliceerd in Trouw (2018, 2019)