Maaike Elise van Steenis (38): “Surrealistisch dat een groepje mensen over mijn lijf besliste”
Maaike Elise van Steenis (38): “Surrealistisch dat een groepje mensen over mijn lijf besliste”
Doordat mijn moeder MS-patiënte was, heb ik als oudste dochter een groot deel van de opvoeding van mijn twee broertjes gedragen. Na college sloeg ik een drankje vaak af om op tijd te kunnen koken of naar een ouderavond te gaan. Het is niet dat dat ik daardoor een afkeer heb gekregen van het moederschap, maar ik kreeg er wel op jonge leeftijd een realistisch beeld van.

Lang heb ik gedacht: misschien komt die kinderwens nog wel, maar toen ik me rond mijn dertigste eens voorstelde dat ik per ongeluk zwanger zou worden, dacht ik alleen maar: dat nooit! Daarmee was de keuze feitelijk gemaakt.

Toen ik een paar jaar samen was met mijn man, die hetzelfde denkt over kinderen als ik, begonnen we na te denken over sterilisatie. Dan was het maar duidelijk. Er bleek net een nieuwe methode ontwikkeld te zijn, waarmee het voortaan voor vrouwen een minder belastende en pijnlozere ingreep is dan voor mannen, dus besloten we dat ik naar het ziekenhuis zou gaan.

Daar wachtte me een bizar tafereel. Bij de intake praatte de arts op me in: veel vrouwen van mijn leeftijd zouden spijt krijgen van de ingreep, bleek uit statistieken. Vragen stelde ze me niet, op één na: wat mijn man ervan vond. De arts moest in haar team bespreken of ze akkoord konden gaan met de ingreep en ik mocht na twee weken bellen voor de uitslag. Een surrealistische gedachte dat een groepje mensen in een kamer zou beslissen over mijn lichaam, zonder eerst te informeren wat ik er zelf over dacht. Gelukkig kreeg ik toestemming.

Soms lijkt het ook wel of mensen zich aangevallen voelen: alsof ik door mijn keuze wil zeggen dat mensen met kinderen sukkels zijn, maar zo is het natuurlijk niet. Ik vind het ook hartstikke leuk als hier kinderen logeren zo nu en dan, maar ik hoef ze niet voor mezelf. Dat is een gevoel – net zoals een kinderwens een gevoel is. Ik vraag me weleens af waarom ik me daarvoor moet verantwoorden. Niemand vraagt ooit het omgekeerde, ‘Waarom wil je eigenlijk kinderen?’, terwijl de gevolgen van die keuze veel groter zijn.

Je zult bijvoorbeeld maar uitgekeken raken op je kind. Toen ik vroeger ratjes had, knaagde de verantwoordelijkheid soms aan me, en dan kon ik stiekem best opgelucht zijn als zo’n beestje op een gegeven moment dood ging. Ik snap ook wel dat het met kinderen anders is. Een ratje verandert niet veel als het volwassen is, en een kind blijft zich ontwikkelen, maar ik ken een vrouw die me over het moederschap heeft opgebiecht: ‘Ik vind er niet zo veel aan.’

andere verhalen uit de serie Hoezo wil jij geen kinderen