Ella Hendriks
uit de serie toga
Ella Hendriks
• Sinds 2016 hoogleraar 'Conservering en restauratie van cultureel erfgoed' (UvA)
• In de toga: Veld met irissen, Vincent van Gogh


“Ja, hij schilderde snel maar niet wild , zoals vaak gedacht wordt. In iedere streek is te zien hoe spontaneïteit en beheersing bij hem samengingen, in iedere sliert verf zitten subtiele strengen van verschillende kleuren – geen vervalser die het hem kan nadoen.” Er zijn maar weinig mensen die het werk van Van Gogh zó gedetailleerd hebben bestudeerd als Ella Hendriks. Anderhalf jaar bekeek ze bijvoorbeeld door een microscoop met vergrotingsfactor tot 2500. Van Goghs doek Veld met irissen uit mei 1888. Millimeter voor millimeter verwijderde ze grotendeels de vernislaag die een restaurateur in 1927 op het schilderij had aangebracht: “De toen nog jong en relatief onervaren restaurateur bouwde in zijn tijd uiteindelijk een goede naam op, maar net als zijn tijdgenoten gebruikte hij methodes die vooral geschikt waren voor schilderijen van de oude meesters die doorgaans oorspronkelijk gevernist waren. Van Gogh wilde juist breken met die traditie door het te laten bij de matheid van de verf zelf. Door de vernislaag die er door die restauratie alsnog kwam, werd het doek een gladde spiegel in plaats van de woeste zee aan penseelstreken waar Van Gogh bekend om staat.”

Hendriks peuterde alle zichtbare vernis met geavanceerde wattenstaafjes gedrenkt in een oplosmiddel, een zacht penseeltje en een zogeheten microtool uit het verfreliëf. Het is waarschijnlijk het laatste werk dat ze persoonlijk heeft gerestaureerd. Na dertig jaar werken, eerst in het Frans Hals- en daarna in het Van Goghmuseum, heeft ze de overstap gemaakt naar de wetenschap. In september werd ze benoemd tot hoogleraar Conservering en restauratie bij de afdeling Kunst- en cultuurwetenschappen aan de Universiteit aan Amsterdam. Het gaat om een jonge opleiding: pas tien jaar geleden opende die haar deuren. Het is de enige plek in Nederland waar je een universitaire (post-)masteropleiding tot restaurator kunt volgen.

Hendriks: “Met de lessen en de begeleiding die ik geef aan de specialisten van de toekomst kan ik het vak verder brengen. Met mijn ervaring weet ik waar ik het over heb. Neem nu de gele bloemenstipjes in de baret – op het schilderij bleken die in de loop der tijd donkerder te zijn geworden en we wilden graag weten waardoor dat kwam: doordat Van Gogh een instabiele verfsoort gebruikte? Soms wist van Gogh dat zijn gele verf kon verkleuren, maar dan gebruikte hij het toch vanwege het sensationele effect. Maar in dit geval bleek de verandering een andere oorzaak te hebben: de bruine kleur was een restant van de laatste restauratie. Aan de keuze van de schilder veranderen we niets, maar ingrepen van eerdere restauratoren kunnen in principe ongedaan gemaakt worden.”

“Natuurlijk zal ik het werk in het museum missen, maar ik móést deze stap maken: ik heb heel lang diagnoses gesteld en ‘patiënten’ genezen, nu wil ik nog beter de oorzaak van de ziektes begrijpen.”

andere verhalen uit de serie toga